Afdrukken

landschapjes

eenvoudige landschapjes

eenvoudige landschapjes

Landschapjes


Als je het abstracte werken een beetje onder de knie hebt, is het leuk om een stapje verder te gaan en eenvoudige landschapjes te proberen. Dit hoeft op zich niet moeilijk te zijn, als je maar weet waar je op moet letten. Als je "zomaar" iets gaat proberen loop je al snel vast, er zijn een aantal punten waar je rekening mee moet houden. Ik laat jullie hieronder zien hoe je met enkel een schilderijzertje en wat kleurtjes wasblokjes een begin van een eenvoudig landschapje maakt. Dit is uiteraard de basis, van hier uit kun je zelf experimenteren en steeds een stapje verder gaan. Bij sommige stappen laat ik ook een "foutkaartje" zien, een valkuil waar je op moet letten. Soms is het makkelijker om te snappen hoe iets wél moet, als je ziet hoe het níet moet.De voorbeeldjes hieronder zijn gemaakt op A7 karton, Dit formaat karton is niet te koop, maar je kunt een A6 karton eenvoudig door de helft snijden. Op die manier heb je 2 A7 kaartjes. De bewegingen voor de landschapjes zijn het makkelijkst te oefenen op deze kleine kaartjes. Ik raad je aan om, als je pas met landschapjes begint, ook te beginnen op A7 kaartjes. Als de basis een beetje lukt, kun je overstappen op bijvoorbeeld A6 kaartjes.

 

Dit heb je nodig:

  • gekleurde kartonnen kaartjes A7 (de helft van A6)
  • encaustic schilderijzertje
  • wasblokjes (bij voorkeur nummer 45, daarnaast zijn nummer 9 en 12 mooi voor de begroeiing, maar uiteraard kun je ook andere kleuren gebruiken) 

 

Tip:

Voordat we beginnen geef ik je gelijk de eerste (en misschien wel belangrijkste) tip waar je bij het maken van landschapjes rekening mee moet houden:
Van achter naar voren werken!
Als eerste begin je met de achterste laag van het landschap. Ga pas door met de volgende stap, wanneer je geheel tevreden bent met de "laag" waar je op dat moment mee bezig bent, want het is uiterst lastig om iets in de achtergrond aan te passen.

 

 

 

Stap 1: De horizon en heuvels (achtergrond)

landschap A7 stap1

In dit voorbeeld maken we een landschapje zonder lucht. We beginnen dus gelijk met de horizon en de heuvels.
Smeer de zool van de was goed in met voldoende kleur (bij voorkeur nummer 45, dit is een mooie natuurkleur die handig werkt)
Strijk met het ijzertje in 1 vloeiende beweging van links naar rechts over het gehele kaartje. Zorg dat de bovenkant van de horizon op ongeveer 1/3e van de bovenkant van de kaart zit. Dus de onderste 2/3e van de kaart is nu gevuld met gekleurde was.
Om het landschapje een beetje "echt" te maken, is het leuk als de bovenste lijn van de horizon niet helemaal 1 rechte lijn is, maar dat het een beetje natuurlijk gevormd is.

Smeer nu genoeg nieuwe was op de zool en zet het ijzertje dit keer iets lager, en strijk in 2 of 3 vloeiende bewegingen heen en weer over de hele lengte van het papier (als dat lukt zonder de zool van het papier af te halen) waarbij je steeds iets lager gaat. Op deze manier krijg je al direct het effect van heuvels met wat diepteverschil.
Probeer het heen en weer strijken een paar keer, tot het je lukt om vloeiende heuvels te krijgen.

Tip: Duw NIET te hard op het papier als je deze beweging maakt! Dit zal de beweging alleen maar moeilijker maken. Laat het ijzertje rustig op het papier rusten, en beweeg heen en weer zonder kracht te zetten of te duwen. Het ijzertje moet heel licht over het papier "glijden". Hoe minder kracht je zet hoe makkelijker het gaat.


 

Wat kan er bij deze stap mis gaan?

landschap A7 fout bij stap 1Let op:
Waar je bij deze stap op moet letten is dat je begint met genoeg was op je ijzertje. Als je te weinig was gebruikt, dan krijg je geen mooie strakke horizon, zie het fotootje hiernaast. Op het kaartje hiernaast zie je dat ik te weinig was heb gebruikt, waardoor de bovenste lijn, de horizon, als het ware onderbroken wordt. Dit voorkom je door genoeg was op het ijzertje te doen.

 

 

 

 

 


Stap 2: Begroeiing

landschap A7 stap 2

Wanneer de horizon en de heuvels naar je zin zijn, ga je door met de volgende stap, de begroeiing op de heuvels.
Hiervoor smeer je een heel klein beetje van dezelfde kleur was als bij stap 1 op je zool. Mochten de heuvels erg donker zijn (dus als er best een dik laagje was al op de kaart zit) dan is het soms beter om de volgende stap met een schoon ijzertje te doen, dus door geen was op de zool te doen. Maar zijn de heuvels een beetje licht (dus weinig was nog op de kaart) dan kun je er een klein beetje opsmeren. Maar let op dat je maar een klein beetje was hier en daar op de zool aanbrengt. Je kunt beter eerst iets te weinig was gebruiken voor deze stap en daarna eventueel nog wat meer was gebruiken, dan dat je gelijk teveel erop smeert, omdat je anders geen mooie begroeiing krijgt. Dit is net als alles ook gewoon even uitproberen en oefenen. 

Houd de kaart nu in je linkerhand (als je rechts bent, anders doe je het andersom) en zorg dat hij losjes in je hand ligt. Het kaartje moet zó liggen, dat hij alleen op je 4 vingertoppen rust, met de vingertop van je duim houd je het kaartje "in balans". Als je nu met je andere hand op het kaartje drukt, moet het kaartje makkelijk een beetje mee kunnen buigen. Dit is belangrijk, want als het ijzertje er straks op drukt moet het kaartje ook een heel klein beetje mee kunnen buigen. Ik leg straks uit waarom je voor deze stap het kaartje in je hand moet houden, waarom je voor deze stap niet het kaartje op tafel moet leggen.

Zet het ijzertje nu met de zool tegen de onderste rand van je tekening, dus waar de begroeiing moet komen. De lange kant van de zool staat nu evenwijdig aan de lange (onder)kant van de tekening. Je "klapt" het ijzertje nu als het ware als een deurtje naar beneden, zodat de zool zachtjes tegen de tekening aankomt. Doe dit heel licht, zonder echt kracht te zetten. Klap het ijzertje gelijk weer terug, als het goed is zie je nu allemaal kleine "adertjes" ontstaan. Dit wordt de begroeiing op de heuvels. Deze beweging is vaak het moeilijkst, het kan zijn dat je dit even een flink aantal keer moet oefenen voordat het helemaal goed gaat. Dit is niet erg, oefenen is leuk ;) Als het gelijk zou lukken kun je ook niet steeds beter worden. Als je het vaker doet dan krijg je steeds beter door waar je op moet letten en zal het steeds makkelijker gaan.
Herhaal deze beweging 1 of 2 keer tot er overal begroeiing zit waar je het wilt hebben. Wees niet bang om met het ijzertje een flink gedeelte over de heuvels te gaan, dit is juist de bedoeling. Een gedeelte van de heuvels zal verdwijnen, maar hierdoor krijg je diepte in je tekening. Als je alleen op het voorste (onderste) randje van je tekening deze begroeiing plaatst, krijg je minder diepte. Dus laat het ijzertje ook een stuk over de achterliggende heuvels gaan, zo ziet het er het natuurlijkst uit.

 

Wat kan er bij deze stap mis gaan?

landschap A7 fout bij stap 2a

Let op:
Zorg ervoor dat je het ijzertje niet te veel "doorklapt". Nog vóórdat het ijzertje helemaal op het papier komt, klap je hem weer terug. Als de hele zool op het papier komt, dan zul je de rand van het ijzertje zien. Zie het fotootje hiernaast. Aan de bovenkant van de begroeiing zie je dan steeds een witte rand. Dit ziet er niet natuurlijk uit. 
Als je ervoor zorgt dat de rand van het ijzertje niet op het papier komt, dan krijg je die witte rand niet te zien. Zorg er dus voor dat slechts een gedeelte van de zool steeds op het papier komt om de begroeiing te maken. 

Dit is ook de reden dat je het kaartje in je hand moet houden, en je deze stap niet goed kunt doen als het kaartje op tafel ligt. De tafel is hard en plat, dus zodra het ijzertje op het kaartje komt, zal gelijk de hele zool op het papier komen, en krijg je ook de witte rand. Als je het kaartje in je hand houdt dan kan het kaartje een klein beetje meebuigen, zodat het makkelijker is om de rand van de zool niet helemaal op de was van de heuvels te laten komen. Zo kun je makkelijker slechts een gedeelte van de zool op het kaartje zetten, waardoor je een mooie natuurlijke, vloeiende bovenkant van de begroeiing kunt krijgen.

 

 

 

Stap 3 - Kleur aanbrengen

landschap A7 stap 3Nu gaan we het landschapje een beetje "levendig" maken. Neem 1 of 2 contrasterende kleurtjes, die mooi afsteken tegen de groene was. In het voorbeeld heb ik nummer 9 en nummer 12 gebruikt, omdat deze qua dikte van het wasblokje makkelijk te gebruiken zijn bij deze stap. Daarnaast zijn het mooie kleuren om het groene wat levendiger te maken. Maar om te oefenen kun je uiteraard ook andere kleuren gebruiken. Neem alleen wel wat kleurtjes die wat "dikker" zijn en een mooie diepe kleur hebben. Pastelkleurtjes zijn minder geschikt omdat die de groene kleur afdekken en die wil je er wel doorheen zien. De neonkleurtjes zijn ook minder geschikt omdat die dunner uitlopen en dan krijg je niet het gewenste effect.

Om kleur aan te brengen zet je een paar streepjes/vlekjes op de zool van je ijzertje. Zorg ervoor dat je niet te veel was op de zool doet, want het moeten hier daar wat "accentjes" worden. Je wilt niet dat het complete landschap ineens een andere kleur wordt.
Herhaal nu met wat van de gekleurde was op je zool stap 2a. Je maakt dus dezelfde beweging, maar dit keer met wat gekleurde was. Als het goed is krijg je dezelfde aderstructuur, maar met een kleurtje. Breng op deze manier 1 of 2 verschillende kleurtjes aan.
Overdrijf deze stap niet, less is more!

 

 

Stap 4 - Voorgrond

landschap A7 stap 4Nu gaan we het landschapje afmaken met wat gras en riet op de voorgrond.
Hiervoor hoef je geen was op de zool te smeren, je gebruikt de was die al op de kaart zit.
Voor deze stap gebruik je niet precies het puntje van de zool, maar ongeveer de laatste 2 cm van de zool tot aan de punt. Je werkt dus niet alleen met het puntje, maar je werkt net met een langer stukje dan alleen het puntje.
Zet dit stukje van de zool op de onderkant van de tekening, waar je het riet wil hebben. Houd het ijzertje in ongeveer 45 graden op het papier. De linker voorkant van de zool rust dus op het papier, en de rechterkant van de zool wijst ongeveer 45 graden naar rechtsboven. 
Nu "schaats" je als het ware met het voorste stukje rand van de zool naar boven. Je zult zien dat er een streep ontstaat in de was, omdat de was door de zool weggeduwd wordt. 
Als je deze beweging een paar keer herhaalt maar net een stukje van elkaar vandaan dan krijg je het effect van lange grassprieten of rietstengels.
Let er op dat je het ijzertje niet te plat of te horizontaal houdt. Als je het ijzertje te plat houdt dan worden de sprieten te dik, als je het ijzertje te verticaal houdt dan worden de sprieten te dun.
Dus probeer dat even uit met verschillende diktes van de grassprieten.
Probeer de grassprieten ook niet te recht te maken. In het echt steken ze ook niet kaarsrecht uit de grond, ze staan iets scheef of ze hebben een lichte buiging omdat ze wat langer worden.

 

Wat kan er bij deze stap mis gaan?

landschap A7 fout bij stap 4 Let op:
Zorg ervoor dat je de punt van het ijzertje mee beweegt in de richting van de sprieten. Als je een spriet ene klein beetje naar links wilt laten buigen, zorg dan dat je met je ijzertje een klein beetje draait en meebeweegt in die richting. Als je de punt van de zool niet meebeweegt in de richting van het uiteinde van de spriet, dan wordt deze aan het eind veel te dik, zie het fotootje hiernaast. Hier ben ik met het ijzertje een beetje opzij gegaan, terwijl ik niet de punt mee heb laten bewegen. Je ziet dat de uiteinden van de sprieten hierdoor veel te dik zijn geworden.
In het echt zijn de uiteinden juist het dunst. Probeer dit dus goed uit.